Ga naar inhoud

Stellingen voor in de klas

152 stellingen voor debat en discussie in het voortgezet onderwijs, per thema en per leerjaar. Van luchtige opwarmers tot stellingen over AI, klimaat en democratie.

  1. 1Kies een thema hieronder, of filter op onder- of bovenbouw.
  2. 2Klik op een stelling: hij staat groot op het digibord, met de zones eens, twijfel en oneens.
  3. 3Start de 30 seconden denktijd en laat de klas een kant kiezen.
Werkvormen en tips voor je debat

School en leren

Stellingen waar elke leerling een mening over heeft, omdat ze er vijf dagen per week middenin zitten. Ideaal voor de eerste debatles of een mentoruur.

  1. Bovenbouw
  2. Bovenbouw
  3. Bovenbouw
  4. Bovenbouw

Telefoon, social media en gamen

Dicht bij de belevingswereld van pubers en dus altijd raak. Past bij mediawijsheid, burgerschap en het mentoruur.

  1. Onderbouw
  2. Onderbouw
  3. Bovenbouw
  4. Bovenbouw

AI en technologie

Actueel en voor veel leerlingen persoonlijk: ze gebruiken AI zelf al. Sterk als opening van een les over AI-geletterdheid, informatica of burgerschap.

  1. Bovenbouw
  2. Bovenbouw
  3. Bovenbouw
  4. Bovenbouw

Duurzaamheid en klimaat

Stellingen met een directe brug naar aardrijkskunde, biologie, economie en NaSk. Werkt goed als voor-en-na-meting rond een lessenreeks.

  1. Onderbouw
  2. Bovenbouw
  3. Bovenbouw
  4. Bovenbouw
  5. Bovenbouw

Gezondheid en sport

Herkenbare stellingen voor biologie, LO en verzorging, maar ook voor een mentoruur over leefstijl.

  1. Onderbouw
  2. Bovenbouw
  3. Bovenbouw
  4. Bovenbouw
  5. Bovenbouw

Vriendschap en samenleven

Stellingen voor het mentoruur en burgerschap: over vriendschap, groepsdruk en hoe je met elkaar omgaat. Spreek eerst gespreksregels af.

  1. Onderbouw
  2. Onderbouw
  3. Onderbouw
  4. Bovenbouw

Geld, werk en toekomst

Stellingen die aansluiten bij economie, LOB en financiële educatie. Juist in de bovenbouw goed om keuzes rond studie en werk scherp te krijgen.

  1. Onderbouw
  2. Onderbouw
  3. Onderbouw
  4. Bovenbouw
  5. Bovenbouw
  6. Bovenbouw
  7. Bovenbouw
  8. Bovenbouw

Politiek en burgerschap

Klassieke debatstellingen voor maatschappijleer, geschiedenis en burgerschap. Laat leerlingen hier bij voorkeur argumenten van beide kanten verzamelen voor ze kiezen.

  1. Onderbouw
  2. Bovenbouw
  3. Bovenbouw
  4. Bovenbouw
  5. Bovenbouw
  6. Bovenbouw
  7. Bovenbouw

Ethiek en filosofie

Stellingen zonder goed of fout antwoord, voor filosofie, levensbeschouwing en elke les waarin je leerlingen hun aannames wilt laten onderzoeken.

  1. Onderbouw
  2. Onderbouw
  3. Bovenbouw
  4. Bovenbouw
  5. Bovenbouw
  6. Bovenbouw
  7. Bovenbouw
  8. Bovenbouw

Stellingen per vak

Een stelling als lesopening: de klas kiest positie, en jouw les levert daarna de argumenten. Herhaal dezelfde stelling aan het eind en kijk wie er is verschoven.

  1. EngelsBovenbouw
  2. geschiedenisBovenbouw
  3. biologieBovenbouw
  4. biologieBovenbouw
  5. natuurkundeBovenbouw
  6. LO
  7. beeldende vorming
  8. informatica

Luchtige stellingen

Leuke stellingen om het stellingenspel te oefenen voordat het ergens over gaat. Laag risico, dus ook geschikt voor de eerste week met een nieuwe klas.

Gids

Stellingen in je les: werkvormen en tips

Dezelfde stelling werkt heel anders als stellingenspel, als lagerhuisdebat of als stille discussie. Hier kies je de werkvorm, stem je af op je niveau en schrijf je zelf een stelling die werkt.

01

Werkvormen met stellingen

Kies op wat je wilt bereiken: beweging, een fel debat, of juist ruimte voor de stille leerlingen.

Stellingenspel met hoeken

10 tot 15 min

Goed voor: Beweging en snelheid

De ene kant van het lokaal is eens, de andere oneens, het midden is twijfel. Leerlingen kiezen met hun voeten en jij interviewt per zone. De digibord-modus toont de zones en de 30 seconden denktijd.

Volledige werkvorm

Stille discussie

10 min

Goed voor: Gevoelige onderwerpen en stille leerlingen

Een stelling in het midden van een A3-vel per viertal. Vijf minuten schrijven zonder te praten: argumenten noteren en met pijlen op elkaar reageren. Pas daarna wordt er gepraat.

Verwante werkvorm: tafelrondje schriftelijk

Denken, delen, uitwisselen

5 tot 8 min

Goed voor: Iedereen een argument vóór de discussie

Eerst een minuut alleen nadenken en een argument opschrijven, dan in tweetallen vergelijken, dan pas klassikaal.

Volledige werkvorm

Voor-en-na-meting

2 x 3 min

Goed voor: Je lesopbrengst zichtbaar maken

Dezelfde stelling aan het begin en aan het eind van je les of lessenreeks. Vraag wie er is verschoven, en vooral: door welk argument?

Stap voor stap

Lagerhuisdebat

15 tot 25 min

Goed voor: Een fel debat met twee kampen

Twee kampen tegenover elkaar, en wie iets wil zeggen, gaat staan. Sneller en feller dan een klassengesprek, en met één simpele regel voorkom je dat drie leerlingen het hele debat voeren.

  1. 1Zet de stoelen in twee rijen tegenover elkaar (of laat leerlingen aan weerszijden van het lokaal staan). Het midden is voor twijfelaars.
  2. 2Toon de stelling en laat iedereen een kant kiezen. Jij bent voorzitter en geeft om en om het woord aan voor en tegen.
  3. 3Wie iets wil zeggen, gaat staan. Maximaal 30 seconden per beurt, en overlopen naar de andere kant mag altijd.
  4. 4Geef iedereen twee spreekkaartjes. Een beurt kost een kaartje; wie op is, luistert. Zo krijgen ook de stillere leerlingen ruimte.
  5. 5Sluit af met een stemming en de vraag: welk argument van de andere kant was het sterkst?

02

Pas het debat aan op je niveau

Een stelling die in 5 vwo een fel debat oplevert, valt in 2 vmbo-k stil als de beurten niet gestuurd worden. Kies je niveau.

Verplicht reageren op de tegenpartij: je mag je eigen standpunt pas verdedigen nadat je het sterkste argument van de andere kant hebt genoemd. Benoem het verschil tussen een argument, een voorbeeld en een mening; dat sluit direct aan op betogen schrijven in de bovenbouw.

03

Wat maakt een goede stelling?

Zelf een stelling bij je lesonderwerp bedenken? Check hem aan deze vijf criteria. De meeste stellingen die in de klas mislukken, struikelen over de eerste twee.

  1. 1

    Eén bewering, niet twee

    Twee beweringen in één stelling geven leerlingen een uitweg: 'half eens'.

    Liever niet: Huiswerk en toetsen zijn allebei zinloos.

    Beter: Huiswerk moet worden afgeschaft.

  2. 2

    Een mening, geen feit

    Over een feit kun je opzoeken wie gelijk heeft; over een stelling moet je kunnen twisten.

    Liever niet: Een groot deel van Nederland ligt onder zeeniveau.

    Beter: Nederland moet stoppen met bouwen in laaggelegen polders.

  3. 3

    Stevig geformuleerd

    Woorden als 'moet', 'mag' en 'is beter' dwingen een keuze af. 'Heeft voor- en nadelen' doet dat niet.

    Liever niet: Social media hebben voor- en nadelen.

    Beter: Social media moeten pas vanaf je vijftiende toegestaan zijn.

  4. 4

    Twee kanten met goede argumenten

    Is iedereen het meteen eens, dan heb je een gesprek maar geen debat.

    Liever niet: Pesten is slecht.

    Beter: Wie toekijkt bij pesten en niets doet, doet mee.

  5. 5

    Kort en zonder ontkenning

    Een ontkenning in een stelling maakt 'eens' en 'oneens' verwarrend, zeker als je hem hardop voorleest.

    Liever niet: Het is niet zo dat telefoons niet in de pauze horen.

    Beter: Het telefoonverbod in de klas moet ook in de pauzes gelden.

04

Gevoelige stellingen veilig bespreken

Stellingen over afkomst, geloof, relaties of actuele conflicten raken sommige leerlingen persoonlijk. Dat is geen reden om ze te vermijden, wel om de werkvorm bewust te kiezen.

  1. 1Spreek eerst gespreksregels af met de klas, bijvoorbeeld met de werkvorm groepsafspraken maken. Verwijs ernaar zodra het schuurt.
  2. 2Kies bij stellingen die over identiteit gaan een schriftelijke vorm, zoals de stille discussie. Dan hoeft niemand voor de hele klas te gaan staan bij wie hij is.
  3. 3Wijs standpunten toe in plaats van ze te laten kiezen. Wie een rol verdedigt, praat over argumenten en niet over zichzelf.
  4. 4Check bij een actuele gebeurtenis eerst of er leerlingen persoonlijk bij betrokken zijn, bijvoorbeeld via de mentor.
  5. 5Sluit af met wat er geleerd is, niet met wie er gelijk had. De vraag ‘welk argument van de andere kant was het sterkst?’ doet dat vanzelf.

Handig hierbij

Stellingen over jouw lesonderwerp?

Vertel LesLoket je onderwerp, niveau en lesduur, en de AI werkvorm-bouwer bouwt je les. Wil je een stellingenspel als opening? Vraag erom met 'Verbeter met AI' en je krijgt stellingen bij jouw onderwerp, met stappen en timing.

FAQ

Vragen over stellingen

Een stelling is een korte bewering waar je het mee eens of oneens kunt zijn, zoals 'Huiswerk moet worden afgeschaft'. Het is een mening en geen feit, dus er zijn goede argumenten voor allebei de kanten. In de klas gebruik je stellingen om leerlingen een standpunt te laten innemen en dat te laten onderbouwen.